Tijdens de duur van de arbeids­overeenkomst Aansprakelijkheid van de werknemer

Enkele praktische vragen

Kan men hiervan contractueel afwijken?

Het antwoord hierop is duidelijk: neen. Artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt uitdrukkelijk dat van de bepalingen m.b.t. de aansprakelijkheid van de werknemer niet kan worden afgeweken op straffe van nietigheid (met uitzondering van een bij KB algemeen bindend verklaarde CAO wat betreft de aansprakelijkheid t.o.v. de werkgever). Deze bepalingen zijn minstens van dwingend recht, volgens bepaalde rechtspraak zelfs van openbare orde. Algemeen wordt aangenomen dat tegenstrijdige overeenkomsten nietig zijn.

Voorbeeld
De bepaling in de arbeidsovereenkomst krachtens welke een filiaalhouder verantwoordelijk is voor een kastekort, is nietig.

De geldboetes

In de praktijk bestaan er heel wat misvattingen over wie uiteindelijk moet opdraaien voor de verkeersboetes. Werknemers zijn er vaak van overtuigd dat, wanneer de verkeersboete wordt opgelopen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, de werkgever hiervoor moet opdraaien.

Deze veronderstelling is echter volkomen foutief. De voorgaande aansprakelijkheidsbeperking heeft immers enkel betrekking op de burgerrechtelijke aansprakelijkheid en niet op de strafrechtelijke. Ondanks de beperking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer, blijft de werknemer strafrechtelijk aansprakelijk voor zijn daden, ongeacht of deze werden verricht bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Dit impliceert meteen dat de werknemer, die strafrechtelijk werd veroordeeld, zelf de geldboete zal moeten betalen. De werknemer kan in geen geval eisen dat de werkgever ze voor hem betaalt.

Wel is het zo dat op basis van artikel 67 van de Wegverkeerswet de werkgever burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de betaling van de geldboete en de gerechtskosten die de werknemer oploopt in het verkeer. Concreet houdt deze bepaling in dat de werkgever kan aangesproken worden om de geldboete van een werknemer te betalen waartoe een werknemer strafrechtelijk werd veroordeeld. Deze regeling heeft enkel tot doel het innen van de verkeersboetes door de Schatkist te vergemakkelijken doordat de Schatkist zich voor de betaling van de geldboete ook kan wenden tot de werkgever, die daarenboven geacht wordt beter bij kas te zijn.

Wanneer de werkgever de boete van een werknemer betaalt, is de werkgever echter gerechtigd om deze geldboete te verhalen op de werknemer.

De werkgever mag de boete echter niet inhouden van het loon van de werknemer. Dat is verboden overeenkomstig artikel 23 van de Loonbeschermingswet. De enige uitzonderingen op dit artikel betreffen de schade die zou zijn veroorzaakt door een zware fout, een herhaalde lichte fout en bedrog van de werknemer. Een strafrechtelijke overtreding maakt bovendien niet noodzakelijk een zware fout, bedrog of een vaak voorkomende lichte fout uit. Indien de werkgever het bedrag van de geldboete wenst in te houden op het loon, dient hij het bewijs te leveren van het bestaan van een zware fout, bedrog of een vaak voorkomende lichte fout bij de werknemer. o

Wanneer de werkgever deze geldboete betaalt maar niet verhaalt op de werknemer, dient de betaling van deze geldboete in hoofde van de werknemer als voordeel in natura beschouwd te worden zodat daarop socialezekerheidsbijdragen betaald moeten worden.

Arbeidsgereedschap

De Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat de werknemer niet aansprakelijk is voor de beschadigingen en de sleet toe te schrijven aan het regelmatig gebruik van arbeidsgereedschap dat hem ter beschikking werd gesteld, noch voor het toevallig verlies ervan.

Voorbeeld
Volgens het arbeidshof te Brussel (Arbh Brussel 25 april 2017, J.T.T. 2017, afl. 1283, 305) is de schade aan een bedrijfswagen (o.a. krassen en vlekken op de bekleding) het gevolg van de sleet volgend uit het normaal gebruik ervan, en niet van een lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. De werknemer is dus niet aansprakelijk voor die schade die het gevolg is van de normale slijtage.