De Belgische arbeidsmarkt

De toekomst is anders

De voorbije jaren is er een belangrijke verandering binnengeslopen in onze arbeidsmarkt. Jarenlang gingen we er van uit dat zowel onze beroepsbevolking als onze bevolking op beroepsactieve leeftijd zou beginnen krimpen. Deze veronderstelling was gebaseerd op demografische prognoses. Maar het tij lijkt gekeerd.

In 2007 voerde de universiteit van Amsterdam een Europese studie uit voor Randstad Holding, getiteld Mind the Gap. Uit de studie bleek dat tegen 2050 het aandeel van de potentiële beroepsbevolking (bevolking tussen 15 en 65 jaar) in de totale bevolking zou dalen van 67 % naar 57 %. In effectieve cijfers zou de potentiële beroepsbevolking met maar liefst 48 miljoen individuen dalen. Omdat echter niet iedereen op beroepsactieve leeftijd werkt, werd berekend dat het om een werkelijke daling van 30,6 miljoen werkenden zou gaan. 

Om deze daling te compenseren, zou de werkzaamheidsgraad moeten stijgen van 63,6 in 2005 tot 75,5 in 2050. Mind the Gap hield in dit scenario al rekening met de bestaande patronen van immigratie. Indien deze immigratie zou worden stopgezet, zouden er niet 30,6 miljoen minder werkenden zijn, maar bijna 55 miljoen. En om dit op te vangen zou de werkzaamheidsgraad moeten stijgen naar 88,4 %. Een totaal onrealistisch cijfer. Want dan zou ongeveer iedereen die in staat is om te werken ook effectief moeten werken.

Volgens de studie zou in België het aantal werkenden tegen 2050 dalen met 9 % (360 000 personen). Daarmee deden we het beter dan het Europees gemiddelde van 16 %. Zou ons land zijn grenzen volledig afsluiten voor immigratie, dan zou dit tekort echter oplopen tot 984 000, een daling van maar liefst 23 %. 

De conclusie van Mind the Gap was duidelijk: elk Europees land heeft in de toekomst migratie nodig om zijn beroepsbevolking op peil te houden, zelfs landen met een zeer jonge bevolking zoals Ierland. Immigratie terugdringen was geen realistische optie. 

Zoals reeds vermeld, dateerde Mind the Gap van 2007. De studie was gebaseerd op cijfers en prognoses van de jaren voordien. De voorbije jaren stond de wereld niet stil. Sommige landen van de Europese Unie ondergingen zoveel veranderingen dat de oude uitgangspunten van een krimpende beroepsbevolking niet meer kloppen. Dit komt duidelijk tot uiting in de meest recente studie van Randstad Holding, Into the Gap. 

België is zo'n land waar de uitgangspunten heel sterk gewijzigd zijn. Dat de beroepsbevolking en de bevolking op beroepsactieve leeftijd de komende jaren gaat krimpen, daar is bij ons geen sprake meer van. Dat is het gevolg van drie ontwikkelingen: een hoger dan voorspelde vruchtbaarheidsgraad, een veel hoger dan verwachte immigratie van vooral jonge personen tussen 15 en 34 jaar - die op hun beurt het geboortecijfer op korte en lange termijn versterken  - en ten slotte allerlei maatschappelijke ontwikkelingen in het algemeen en een nieuw arbeidsmarktbeleid in het bijzonder die de werkzaamheidsgraad doen stijgen. 

Volgens de berekeningen in de nieuwe studie zal onze beroepsbevolking tussen 2011 en 2017 niet krimpen, maar net stijgen - met maar liefst 262 000 personen. Ook in de verdere toekomst zien we geen krimp van de beroepsbevolking. Pas in 2026 is er volgens de recentste prognose sprake van enige krimp. Maar die is slechts tijdelijk. 

Het idee dat de beroepsbevolking in de nabije toekomst daalt, mogen we dus opbergen.  

Toch blijft het idee van "de krimpende beroepsbevolking" hardnekkig aanwezig. Dat heeft te maken met het systematisch verwarren van aantallen en aandelen. Omdat de totale bevolking sterk blijft stijgen daalt terzelfdertijd het aandeel van de beroepsbevolking in de totale bevolking maar stijgt het absoluut aantal. 

Deze nieuwe evolutie betekent dat we een aantal uitgangspunten dringend opnieuw moeten bekijken. Zo zal de werkloosheid in geen geval verschrompelen. Integendeel, als de economische groei blijft tegenvallen kan dit probleem ook in België weer manifest de kop opsteken met alle gevolgen van dien. Het probleem van risicogroepen op de arbeidsmarkt zal zich niet automatisch oplossen. De schaarste op de arbeidsmarkt zal daarentegen wel blijven bestaan. Het gaat dan niet meer over een allesoverheersende kwantitatieve krapte, zoals berekend in Mind the Gap (2007). Integendeel, de grote schaarste waar we nu en in de toekomst mee te maken hebben is grotendeels te wijten aan een kwalitatieve mismatch en aan het slecht werken van de arbeidsmarkt. Verschillende partijen zullen nauw moeten samenwerken om daar komaf mee te maken. En Randstad zal alvast al zijn expertise inzetten om kwalitatieve mismatchen in de toekomst zoveel mogelijk te beperken.


Jan Denys

Arbeidmarktdeskundige en
Director corporate communication & public affairs Randstad

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen