Sociaal strafwetboek

Sinds 6 juni 2010 werd in het sociaal recht een algemeen sociaal strafwetboek ingevoerd.

De invoering van dat wetboek heeft als één van de belangrijkste doelstellingen om de inbreuken en hun bestraffing in het sociaal recht te groeperen in één wetboek, teneinde de wanorde, de versnippering en het gebrek aan samenhang in het sociaal strafrecht op te lossen.

Doordat de inbreuken en hun bestraffing voortaan limitatief zijn opgesomd in één wetboek, wordt aan de rechtsonderhorigen een grotere duidelijkheid en doorzichtigheid gegeven, waardoor een grotere rechtszekerheid wordt geboden.

Zo wordt door het sociaal strafwetboek een coherent strafschema ingevoerd dat bestaat uit vier sanctieniveaus. Alle sociale inbreuken in het sociaal recht worden per materie gerangschikt en worden bestraft volgens één van de vier sancties naargelang de ernst van de inbreuk.

Op basis van die vier niveaus zijn volgende sancties mogelijk:

Niveau Strafrechtelijke geldboete Gevangenisstraf Administratieve geldboete
Niveau 1 / / € 60 tot € 600
Niveau 2 € 300 tot € 3.000 / € 150 tot € 1.500
Niveau 3 € 600 tot € 6.000 / € 300 tot € 3.000
Niveau 4 € 3.600 tot € 36.000 6 maanden tot 3 jaar € 1.800 tot € 18.000

Voor bepaalde inbreuken die bestraft worden met een sanctie van niveau 3 of 4, voorziet het sociale strafwetboek in een aantal bijkomende bestraffingsmogelijkheden, namelijk een exploitatieverbod, een beroepsverbod of zelfs een bedrijfssluiting.

Enkele voorbeelden van inbreuken volgens hun sanctieniveau zijn:

Niveau 1

  • inbreuken inzake de toekenning van educatief verlof;
  • inbreuken op algemeen verbindende cao’s;
  • inbreuken op de kennisgevingen in geval van collectief ontslag.

Niveau 2

  • inbreuken op de arbeids- en rusttijden;
  • inbreuken op de feestdagenwet;
  • inbreuken op de jaarlijkse vakantie;
  • inbreuken op de moederschaps- en vaderschapsrust;
  • inbreuken op de nachtarbeid;
  • inbreuken op de uitbetaling van het loon;
  • niet-betaling van de diverse bijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Niveau 3

  • inbreuken op de welzijnswet;
  • inbreuken op de terbeschikkingstelling;
  • niet-aangaan van ongevallenverzekering;
  • onjuiste of onvolledige verklaringen betreffende sociale voordelen.

Niveau 4

  • inbreuken op de wetgeving inzake geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk;

  • inbreuken op de welzijnswet wanneer de inbreuk gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg heeft gehad voor de werknemer;
  • kinderarbeid buiten de context van opvoeding of opleiding;
  • inbreuken inzake buitenlandse arbeidskrachten;
  • niet-aangifte van de tewerkstelling;
  • het misbruik en de vervalsing van de sociale identiteitskaart;
  • tewerkstelling van een werkloze of van een persoon die een uitkeringsverzekering geniet;
  • valsheid en gebruik van valse stukken in het sociaal strafrecht.
Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen