Het einde van de arbeids­overeenkomst Het einde van de arbeidsovereenkomst

Canada Dry-regeling

Het is voor een werkgever nog steeds mogelijk om een zogenaamde Canada Dry-regeling/stelsel van werkloosheid met aanvullende vergoedingen oudere werknemers (SWAV) te organiseren voor werknemers die bijvoorbeeld niet voldoen aan de geldende loopbaan- en anciënniteitsvoorwaarden voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT). De werkgever betaalt hierbij aan een werknemer een aanvullende vergoeding als toeslag bij de werkloosheidsuitkering opdat de werknemer na zijn/haar ontslag minder inkomensverlies zou leiden.

Een stelsel werkloosheid met aanvullende vergoedingen oudere werknemers (SWAV) kan zowel collectief via een cao als individueel worden georganiseerd. Er is geen leeftijdsvoorwaarde waardoor het systeem in principe voor werknemers van elke leeftijd kan worden georganiseerd. Bovendien is ook niet in een anciënniteitsvoorwaarde voorzien, wat een werkgever een grote mate van flexibiliteit geeft. Uiteraard dient een werkgever hierbij wel rekening te houden met het feit dat de Antidiscriminatiewetten van 10 mei 2007 moeten worden gerespecteerd.

Het bedrag van de (in principe maandelijks betaalde) aanvullende vergoeding kan vrij worden bepaald met dien verstande dat de nettovergoeding van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding samen niet hoger zal kunnen zijn dan het vroeger door de werknemer gemiddeld verdiende nettoloon.

De kosten voor het opzetten van een dergelijk systeem blijven evenwel steeds opnieuw stijgen. Op de aanvullende vergoedingen die worden betaald in het kader van een dergelijk stelsel werkloosheid met aanvullende vergoedingen oudere werknemers (SWAV), zijn onder andere bijzondere sociale bijdragen verschuldigd.

Voor aanvullingen bij de werkloosheid voor opzeggingen/ verbrekingen ten vroegste betekend vanaf 1 november 2016 en waar de werkloosheid aanving ten vroegste op 1 januari 2017 dient een werkgever in de profitsector rekening te houden met de volgende bijzondere werkgeversbijdragen:

– Jonger dan 52 jaar: 150%
– 52 tot 55 jaar: 142,50%
– 55 tot 58 jaar: 75%
– 58 tot 60 jaar: 75%
– 60 en 62 jaar: 58,24%
– Vanaf 62 jaar: 48,53%

Er moet hierbij goed in het achterhoofd gehouden worden dat de beginleeftijd van de werkloze in de profitsector determinerend is voor het tarief van bijzondere werkgeversbijdragen tijdens de volledige looptijd van het stelsel.