Het einde van de arbeids­overeenkomst Het einde van de arbeidsovereenkomst

Activeringsbijdrage

1. Inleiding

In de loop der jaren zijn de mogelijkheden voor oudere werknemers om de arbeidsmarkt vroeger te verlaten, zoals het SWT, steeds strenger geworden. Men stelde dan ook vast dat, bijvoorbeeld ook naar aanleiding van herstructureringen, werkgevers oudere werknemers tot aan de pensioenleeftijd gewoon vrijstelden van prestaties, al dan niet met behoud van hun volledige loon. Om deze werkwijze te ontmoedigen is er sinds 1 januari 2018 een activeringsbijdrage ten laste van de werkgever ingevoerd.

2. Toepassingsgebied

De activeringsbijdrage is van toepassing op alle werkgevers die onder het toepassingsgebied van de CAO-wet vallen en op de autonome overheidsbedrijven.

De activeringsbijdrage is verschuldigd voor de werknemers die geen enkele prestatie leveren tijdens een volledig kwartaal bij dezelfde werkgever, met uitzondering van:

  • de wettelijke volledige schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zoals in geval van ziekte, voltijds tijdskrediet of thematisch verlof;
  • en in het geval van vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn.

De bijdrage is niet verschuldigd voor de werknemers:

  • die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties gestapt zijn voor 28 september 2017;
  • die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties stappen in toepassing van een cao van bepaalde duur afgesloten en neergelegd voor 28 september 2017.

3. Bedrag van de bijdrage


leeftijd bij het begin van de vrijstellingpercentage op het loon (verhoogd tot 108% voor de handarbeiders)minimum per kwartaal (EUR)
< 55 jaar
20%
300,00
>= 55 < 58 jaar
18%
300,00
>= 58 < 60 jaar
16%
300,00
>= 60 < 62 jaar
15%
225,60
>= 62 jaar
10%
225,60

Indien de werknemer gedurende de periode van vrijstelling van prestaties de verplichting had om een opleiding te volgen die georganiseerd wordt door zijn werkgever voor tenminste vijftien dagen gedurende een periode van vier opeenvolgende kwartalen, dan wordt het bijdragepercentage verminderd met 40% gedurende die vier kwartalen.

De werkgever wordt vrijgesteld van de bijdrage, indien de werknemer gedurende de eerste vier kwartalen van vrijstelling van prestaties daadwerkelijk een opleiding georganiseerd door zijn werkgever verplicht heeft gevolgd, waarvan de kostprijs tenminste 20% bedraagt van het brutojaarloon waarop hij voor de vrijstelling van prestaties recht had.

De bijdrage is niet verschuldigd wanneer de werknemer die volledig van prestaties werd vrijgesteld gedurende het volledige kwartaal een nieuwe tewerkstelling aanvat, voor minstens een derde berekend op basis van een voltijds equivalent, hetzij bij een of meerdere andere werkgever(s), hetzij in de hoedanigheid van zelfstandige. De bijdrage is opnieuw verschuldigd van zodra de werknemer de nieuwe tewerkstelling niet langer uitoefent.

Aandachtspunt. 

Vanaf 1 januari 2018 heeft de Vlaamse overheid een nieuwe bijkomende voorwaarde ingelast om van de Vlaamse doelgroepvermindering oudere werknemers te kunnen genieten:

  • de oudere werknemer moet in het volledige kwartaal effectieve arbeidsprestaties leveren.

Dit betekent dat de doelgroepvermindering oudere werknemers niet zal worden toegekend als in een overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer wordt bepaald dat de werknemer wordt vrijgesteld van prestaties (hij moet geen arbeidsprestatie leveren maar het loon wordt nog steeds betaald.)

Op deze regel bestaan er wel wel uitzonderingen. De doelgroepvermindering zal wel worden toegepast als de vrijstelling van prestaties het gevolg is van:

  • hetzij een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (ziekte, vakantie enz.)
  • hetzij een door de werkgever toegestane vrijstelling van prestaties tijdens de opzegperiode.