De thematische verloven

Inleiding

Behalve op het tijdskrediet op grond van cao nr. 103 hebben werknemers onder bepaalde voorwaarden eveneens recht op palliatief verlof, verlof voor bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid of ouderschapsverlof.

Palliatief verlof

Begrip

Palliatief verlof is een specifieke vorm van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking die de werknemer de mogelijkheid biedt zijn arbeidsprestaties tijdelijk te schorsen of te verminderen om palliatieve zorgen te verstrekken.

‘Palliatieve verzorging’ wordt omschreven als elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand aan en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte, en die zich in een terminale fase bevinden. De definitie heeft het over ‘personen’ wat erop duidt dat het niet om een familie- of gezinslid moet gaan.

Vorm

Palliatief verlof kan zowel onder een volledige schorsing als onder een gedeeltelijke loopbaanonderbreking genoten worden.

De volledige schorsing is zowel voor voltijdse als deeltijdse werknemers toegankelijk. Het gedeeltelijke palliatieve verlof houdt in dat de arbeidsprestaties verminderd worden met één vijfde of de helft van het normale aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking, en het kan in principe slechts genoten worden door voltijdse werknemers. Werknemers die ten minste 3/4 werken, kunnen echter wel de vermindering naar de helft genieten.

Het palliatieve verlof wordt niet aangerekend op de maximumduur van het recht op tijdskrediet.

Formaliteiten, aanvang en duur

De uitvoering van de arbeidsovereenkomst kan in het kader van het palliatieve verlof in principe gedurende hoogstens één maand worden geschorst. Er is geen anciënniteitsvereiste. Overlijdt de persoon aan wie de palliatieve verzorging werd verleend tijdens de onderbrekingsperiode, dan is de werknemer niet verplicht onmiddellijk weer aan het werk te gaan, maar kan hij zijn recht op uitkeringen behouden tot het einde van de periode.

De eerste periode van één maand kan worden verlengd met een tweede periode van andermaal één maand. Ter gelegenheid van die overstap kan overigens ook de vorm van het palliatief verlof gewijzigd worden.

De werknemer die palliatief verlof wenst te genieten, dient te bewijzen dat de omstandigheden een palliatief verlof rechtvaardigen. Daartoe overhandigt hij zijn werkgever een getuigschrift van de behandelende geneesheer, waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard palliatieve verzorging te verlenen. De identiteit van de patiënt mag hierbij niet worden vermeld. De regeling sluit niet uit dat verschillende personen, eventueel in dezelfde onderneming, dezelfde persoon verzorgen. Een werknemer mag bovendien meer dan eens gebruikmaken van zijn recht om telkens verschillende personen bij te staan.

Palliatief verlof is een recht dat niet door de werkgever kan worden geweigerd.

Het recht op palliatief verlof gaat in de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de werknemer het attest heeft overhandigd aan de werkgever. Het recht kan eerder ingaan als de werkgever zich hiermee akkoord verklaart. In geval van verlenging moet dezelfde procedure opnieuw worden gevolgd.

Uitkering

Om de vermindering van de inkomsten te compenseren, ontvangt de werknemer maandelijks een forfaitaire vergoeding van de RVA. Om de uitkering te bekomen moet de werknemer een uitkeringsaanvraag indienen bij de RVA aan de hand van het formulier C61 SV, terug te vinden op de website van de RVA. Het formulier kan ten vroegste 6 maanden voor de aanvangsdatum van de onderbreking en ten laatste twee maanden na die aanvangsdatum worden ingediend. De bedragen verschillen naargelang de leeftijd van de werknemer en naargelang de vorm van de onderbreking en kunnen geraadpleegd worden op de website van de RVA.

Ontslagbescherming

De werknemer die zijn arbeidsprestaties schorst of vermindert met het oog op palliatieve verzorging, geniet een bescherming tegen ontslag die aanvangt vanaf de aanvraag tot drie maanden na het einde van de schorsing of de vermindering. Een werkgever die een dergelijke werknemer ontslaat in deze beschermingsperiode en die niet kan aantonen dat het ontslag vreemd is aan de aanvraag tot palliatief verlof, zal niet alleen de normale verbrekingsvergoeding moeten betalen, maar daarbovenop nog een extra beschermingsvergoeding, gelijk aan zes maanden loon, berekend op basis van het deeltijdse loon indien de prestaties met ½ of 1/5 werden verminderd.

Ernstige ziekte gezins- of familielid

Begrip

Het recht van de werknemer om een zwaar zieke persoon bij te staan of te verzorgen, is beperkt tot gezins- en familieleden. Het gezinslid is elke persoon die samenwoont met de werknemer. Het familielid is het lid van de familie tot de tweede graad, waarbij zowel bloed- als aanverwanten bedoeld worden (ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen, aangetrouwde of echte broers en zussen).

De zware ziekte is de ziekte of geneeskundige ingreep die als dusdanig door de behandelende geneesheer wordt gekwalificeerd. De geneesheer moet hierbij oordelen dat elke vorm van sociale, familiale, gevoelsbijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel. Daartoe dient de werknemer een geneeskundig getuigschrift te bezorgen van de behandelende geneesheer, waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid verklaart bijstand of verzorging te verlenen aan de ernstig zieke. De identiteit van de patiënt mag hierbij niet vermeld worden.

Vorm

Dit verlof kan zowel in de vorm van volledige schorsing als van gedeeltelijke loopbaanonderbreking genoten worden. De volledige onderbreking is zowel voor voltijdse als voor deeltijdse werknemers toegankelijk. De gedeeltelijke onderbreking houdt in dat de arbeidsprestaties verminderd worden met één vijfde of de helft van het normale aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking, en het kan in principe slechts genoten worden door voltijds werkende werknemers. Werknemers die ten minste driekwart werken, kunnen echter de vermindering naar de helft genieten.

De wetgeving bevat bijzondere regels voor kmo’s met minder dan tien werknemers op 30 juni van het kalenderjaar dat het jaar van de aanvraag voorafgaat.

Indien de werkgever minder dan 10 werknemers tewerkstelt, is de vermindering met 1/2 of 1/5 in het kader van medische bijstand geen recht en is het akkoord van de werkgever vereist.

Duur

Het recht op loopbaanonderbreking wordt beperkt tot hoogstens 12 maanden voor volledige loopbaanonderbreking en hoogstens 24 maanden voor gedeeltelijke loopbaanonderbreking (1/5 of 1/2).

Deze termijnen worden verdubbeld voor een alleenstaande werknemer, zijnde een werknemer die alleen leeft met één of meerdere kinderen voor wie hij verantwoordelijk is, in het geval van zware ziekte van een kind van maximaal 16 jaar.

Het verlof moet worden opgenomen in schijven van ten minste één maand en hoogstens drie maanden. Bijzondere regels gelden voor kmo’s met vijftig of minder werknemers.

Werkgevers die maximaal 50 werknemers tewerkstellen, kunnen omwille van organisatorische redenen het gebruik van dat recht weigeren aan werknemers die 

reeds 6 maanden volledige onderbreking of 12 maanden gedeeltelijke vermindering in het kader van medische bijstand genoten, tenzij het zou gaan om medische bijstand van één van de kinderen van de werknemer jonger dan 16 dat de werknemer uitsluitend ten laste heeft.

Praktisch
De maximumduur voor volledige onderbreking kan niet gecumuleerd worden met de duur van de gedeeltelijke onderbreking. De werknemer kan bijgevolg weliswaar overstappen van een volledige naar een gedeeltelijke onderbreking, maar zal hierbij de maximale duur van 12, 24 of 48 maanden moeten respecteren.

De periodes van loopbaanonderbreking in dat kader worden niet in rekening gebracht voor de berekening van de maximumduur van het tijdskrediet dat men in totaal over de hele loopbaan kan genieten.

Procedure

De werknemer die deze vorm van loopbaanonderbreking of -vermindering wenst te genieten, dient zijn werkgever hiervan vooraf schriftelijk op de hoogte te brengen. Deze kennisgeving gebeurt minstens zeven dagen vóór de ingangsdatum van de schorsing of van de vermindering van de arbeidsprestaties, tenzij de partijen schriftelijk een andere termijn overeenkomen. Deze kennisgeving kan gebeuren door de overhandiging van een brief waarvan een duplicaat wordt ondertekend voor ontvangst, of met een aangetekende brief. Het geschrift dient te vermelden hoelang de werknemer loopbaanonderbreking wenst te genieten. Ook dient hij het hiervoor al besproken medische attest toe te voegen. De alleenstaande werknemer dient naast het medische attest van de behandelende arts ook een bewijs te leveren aan zijn werkgever van de samenstelling van zijn gezin, afgeleverd door de gemeentelijke overheid, en waaruit dus blijkt dat er op het ogenblik van de aanvraag uitsluitend en effectief één of meerdere kinderen bij hem wonen.

Binnen twee werkdagen na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving kan de werkgever aan de werknemer meedelen dat de ingangsdatum wordt uitgesteld om redenen die verband houden met het functioneren van de onderneming. Deze mededeling gebeurt door de overhandiging van een geschrift dat de reden en de duur van het uitstel vermeldt. De duur van het uitstel bedraagt zeven dagen.

Uitkering

Om de vermindering van de inkomsten te compenseren ontvangt de werknemer maandelijks een forfaitaire vergoeding van de RVA. De uitkering moet worden aangevraagd aan de hand van het formulier C61 SV, terug te vinden op de website van de RVA. Het formulier kan ten vroegste 6 maanden voor de aanvangsdatum van de onderbreking en ten laatste 2 maanden na die aanvangsdatum worden ingediend. De bedragen verschillen naargelang de leeftijd van de werknemer en naargelang de vorm van de onderbreking 

en kunnen geraadpleegd worden op de website van de RVA.

Bijzondere regels bij hospitalisatie van een zwaar ziek minderjarig kind

Voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, mag er afgeweken worden van de regel dat het zorgverlof moet worden opgenomen in periodes van minimaal één maand. In dit geval mag de werknemer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst volledig schorsen voor een duur van één week, aansluitend verlengbaar met één week.

Onder zware ziekte wordt verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is.

Deze mogelijkheid staat open voor:

  • de werknemer die ouder is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;
  • de werknemer die samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.

Wanneer deze werknemers geen gebruik kunnen maken van deze mogelijkheid, kunnen ook de volgende werknemers zich op die mogelijkheid beroepen:

  • de werknemer die ouder is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;
  • of, wanneer laatstgenoemde werknemer in de onmogelijkheid verkeert dit verlof op te nemen, een familielid van het zwaar zieke kind tot de tweede graad.

In het kader van dit zorgverlof wegens hospitalisatie van een zwaar ziek minderjarig kind is geen weigering of uitstel mogelijk.

Ontslagbescherming

Ook de werknemer die zijn arbeidsprestaties schorst of vermindert om een zwaar ziek gezins- of familielid bij te staan of te verzorgen, geniet een bescherming tegen ontslag die loopt van de aanvraag tot drie maanden na het einde van de schorsing of de vermindering.

Indien de werkgever een dergelijke werknemer ontslaat in deze periode, en niet kan aantonen dat het ontslag niets te maken heeft met de aanvraag tot verlof om een zwaar ziek familie- of gezinslid bij te staan, dan zal hij bovenop de gebruikelijke verbrekingsvergoeding een extra beschermingsvergoeding moeten betalen, gelijk aan zes maanden loon, berekend op basis van het deeltijdse loon indien de prestaties met ••• of 1/5 werden verminderd.

Ouderschapsverlof

Begrip

Een werknemer heeft recht op ouderschapsverlof:

  • naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind 12 jaar wordt;
  • naar aanleiding van de adoptie van een kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als lid van het gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind 12 jaar wordt; tot de leeftijd van 21 jaar indien het kind een fysieke of mentale ongeschiktheid heeft van minstens 66%; dat recht wordt eveneens toegekend indien het kind aan een aandoening leidt die als gevolg heeft dat minstens 4 punten worden toegekend in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de reglementering van de kinderbijslag.

Praktisch
Het ouderschapsverlof wordt toegekend per kind, zodat zowel vader als moeder er gebruik van kan maken.

Aan de voorwaarde van de 12de of 21ste verjaardag moet voldaan zijn uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof moet met andere woorden ten laatste ingaan de dag vóór de 12de of 21ste verjaardag. Concreet houdt dit in dat, wanneer de totale duur van het ouderschapsverlof opgesplitst wordt, de laatste periode van het verlof dient aan te vangen de laatste dag vóór de leeftijd van 12 of 21 jaar bereikt wordt.

De 12de of 21ste verjaardag kan worden overschreden als het verlof op verzoek van de werkgever werd uitgesteld, en voor zover de nodige schriftelijke kennisgeving verricht werd.

Anciënniteitsvoorwaarde

De werknemer zal slechts recht hebben op ouderschapsverlof als hij tijdens de vijftien maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving (zie hieronder), gedurende twaalf maanden door een arbeidsovereenkomst verbonden was met de werkgever. Het is niet vereist dat men voltijds tewerkgesteld werd.

Procedure

De werknemer die gebruik wenst te maken van het recht op ouderschapsverlof, dient zijn werkgever hiervan ten minste twee maanden en ten hoogste drie maanden op voorhand op de hoogte te brengen. In onderling overleg kan deze termijn worden ingekort. De kennisgeving kan worden verricht door de overhandiging van een geschrift (met ondertekening van een duplicaat voor ontvangst) of met een aangetekende brief. De brief dient de begin- en einddatum van het verlof te vermelden alsook de beoogde vorm.

Uiterlijk op het ogenblik waarop het ouderschapsverlof aanvangt, dient de werknemer de documenten te overhandigen, waaruit de geboorte, de adoptie of de handicap blijkt.

Vorm

Het ouderschapsverlof kan in verschillende vormen genoten worden:

Volledige schorsing
De werknemer kan zijn arbeidsprestatie volledig schorsen gedurende een periode van maximaal 4 maanden. Deze periode kan in maanden opgesplitst worden, op voorwaarde dat de totale duur van 4 maanden niet overschreden wordt. Men kan dus een aanvraag indienen voor 1, 2, 3 of 4 maanden.

Halvering arbeidsprestaties
Voltijdse werknemers kunnen gedurende een ononderbroken periode van 8 maanden hun arbeidsprestaties halveren, op te splitsen in periodes van twee maanden of een veelvoud ervan. Men kan dus een aanvraag indienen voor 2, 4, 6 of 8 maanden.

Vermindering met één vijfde
Voltijdse werknemers kunnen gedurende een periode van 20 maanden hun arbeidsprestaties verminderen met één vijfde, op te splitsen in een periode van vijf maanden of een veelvoud ervan. Men kan dus een aanvraag indienen voor 5, 10, 15 of 20 maanden.

Het is mogelijk over te stappen van de ene vorm van ouderschapsverlof naar een andere. Daarbij wordt de regel gehanteerd dat 1 maand volledige onderbreking gelijk is aan 2 maanden 1/2 vermindering en 5 maanden 1/5 vermindering. Zo zijn volgende combinaties bijvoorbeeld mogelijk:

  • 1 maand volledige onderbreking en 6 maanden 1/2
  • 2 maanden volledige onderbreking en 10 maanden 1/5
  • 2 maanden 1/2 en 15 maanden 1/5

Uitstel

Indien men aan de voorwaarden voldoet, is ouderschapsverlof een recht dat niet kan worden geweigerd door de werkgever. Enkel een uitstel is mogelijk.

Binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving kan de werkgever schriftelijk de uitoefening van het recht op ouderschapsverlof uitstellen om gerechtvaardigde redenen in verband met het functioneren van de onderneming. Dit mag echter niet verhinderen dat het recht op ouderschapsverlof uiterlijk zes maanden na de maand van het gemotiveerde uitstel ingaat.

Uitkering

Om de vermindering van de inkomsten te compenseren ontvangt de werknemer maandelijks een forfaitaire vergoeding van de RVA. De uitkering moet worden aangevraagd aan de hand van het formulier C61 SV, terug te vinden op de website van de RVA. Het formulier kan ten vroegste 6 maanden voor de aanvangsdatum van de onderbreking en ten laatste 2 maanden na die aanvangsdatum worden ingediend. De bedragen verschillen naargelang de leeftijd van de werknemer en naargelang de vorm van de onderbreking 

en kunnen worden geraadpleegd op de website van de RVA.

De onderbrekingsuitkeringen voor de 4e maand volledig ouderschapsverlof, de 7e en 8e maand ½ vermindering en de 16e tot 20e maand 1/5 vermindering worden enkel betaald indien het kind waarvoor het ouderschapsverlof wordt gevraagd, geboren of geadopteerd is vanaf 8 maart 2012.

Aanpassing werkrooster

De werknemer heeft het recht om een aangepaste arbeidsregeling of een aangepast werkrooster aan te vragen voor de periode die volgt op het einde van het ouderschapsverlof. Die periode bedraagt maximum 6 maanden.

De werknemer bezorgt daartoe ten laatste 3 weken voor het einde van de lopende periode van ouderschapsverlof een schriftelijke aanvraag aan de werkgever. In de aanvraag dient de werknemer de redenen aan te geven die verband houden met een betere combinatie tussen werk en gezinsleven.

De werkgever beoordeelt die aanvraag en geeft er schriftelijk gevolg aan ten laatste één week voor het einde van de lopende periode van ouderschapsverlof, rekening houdend met zijn eigen behoeften en die van de werknemer. De werkgever deelt in het betrokken geschrift mee op welke wijze bij de beoordeling van de aanvraag rekening werd gehouden met de eigen behoeften en die van de werknemer.

Ontslagbescherming

Ook de werknemer die ouderschapsverlof aanvraagt, geniet of genoten heeft, beschikt over een bescherming tegen ontslag vanaf de aanvraag tot drie maanden na het einde van de schorsing of de vermindering van de prestaties. Opnieuw geldt als regel dat de arbeidsovereenkomst niet eenzijdig beëindigd mag worden, tenzij om dringende reden of een voldoende reden. Indien deze bescherming miskend wordt, zal de werkgever bovenop de gebruikelijke verbrekingsvergoeding een extra beschermingsvergoeding, gelijk aan zes maanden loon, moeten betalen.

In tegenstelling tot het tijdskrediet en de andere thematische verloven bepaalt de wetgeving inzake ouderschapsverlof uitdrukkelijk dat voor de berekening van de opzeggingstermijn rekening moet worden gehouden met het loon dat de werknemer zou verdienen indien hij zijn prestaties niet had verminderd, dus met het fictieve voltijdse loon. Ook de verbrekingsvergoeding en de eventuele beschermingsvergoeding moeten worden

berekend op het loon dat de werknemer zou hebben verdiend indien hij geen ouderschapsverlof had genomen.

De aanvraagprocedure bij de RVA gemeen aan de thematische verloven

De thematische verloven ouderschapsverlof, medische bijstand en palliatief verlof kunnen aangevraagd worden door de formulieren die beschikbaar zijn op de website van de RVA te downloaden en in te vullen.

De aanvraag kan echter ook elektronisch gebeuren via de portaalsite van de sociale zekerheid www.socialsecurity.be door de werkgevers en werknemers uit de privé-sector.

De toepassing vereist dat de werkgever eerst zijn onderdeel elektronisch aanmaakt, pas daarna kan de werknemer zijn onderdeel aanvullen, na identificatie via de elektronische identiteitskaart eID.

De werknemer kan een elektronisch werkgeversdeel ook aanvullen op de pdf die aangemaakt werd door de toepassing, en dit document via de post overmaken aan het werkloosheidsbureau van zijn woonplaats.

Op het einde van de elektronische werknemersaanvraag worden alle meegedeelde gegevens opgeslagen in een algemeen pdf-document dat dienst doet als ontvangstbevestiging. Dit document wordt verstuurd naar de eBox van de werknemer (de beveiligde mailbox voor iedere burger, beschikbaar op www.mysocialsecurity.be). De gegevens van de webaanvraag worden voor verwerking en beslissing doorgestuurd naar de centrale RVA-databank.

De beslissing (het formulier C62) van de RVA in verband met de aanvraag tot tijdskrediet of thematisch verlof komt ook in de eBox van de werknemer terecht.

De gevallen waarbij een werkgever of sectoraal fonds een aanvullende vergoeding betaalt aan werknemers van 45 jaar of ouder kunnen niet aangevraagd worden via deze onlinedienst. 

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen