Bescherming tegen psychosociale risico's op het werk

Het welzijn van werknemers op de werkvloer komt de laatste jaren steeds meer onder druk te staan. Steeds meer doen met minder, torenhoge verwachtingen en de druk om altijd bereikbaar te zijn hebben een impact op het psychosociaal welzijn van de werknemers en leiden tot stress, depressies en burn-out met arbeidsongeschiktheid tot gevolg.

Reeds in 2002 werd aan de Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk een psychosociaal onderdeel toegevoegd. Hierdoor werd het klassieke concept van welzijn gevoelig uitgebreid en omhelst het sindsdien ook de bescherming van werknemers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Deze wet werd reeds meermaals gewijzigd om aan de noden van de werknemers tegemoet te komen. Door snelle veranderingen en evoluties op de arbeidsmarkt is het echter niet eenvoudig om steeds een antwoord te bieden op nieuwe problemen. Daarom heeft de wetgever nu getracht om een zo goed mogelijk evenwicht te vinden tussen het scheppen van een duidelijk wettelijk kader en het geven van een zo ruim mogelijke invulling aan de term ‘psychosociaal risico’.

Deze uitdaging resulteerde in twee nieuwe wetten en een uitvoeringsbesluit. De Wetten van 28 februari 2014 en 28 maart 2014 hebben de bepalingen van hoofdstuk Vbis van de Welzijnswet grondig gewijzigd. Waar vroeger hoofdstuk Vbis beperkt was tot de preventie van grensoverschrijdend gedrag (m.a.w. pesten, geweld of ongewenst seksueel gedrag) biedt het nu een algemeen kader voor de preventie van de psychosociale risico’s op het werk, waaronder grensoverschrijdend gedrag. Er wordt met andere woorden niet langer gebruik gemaakt van een limitatieve lijst van risico’s.
Het Koninklijk Besluit van 10 april 2014 heft het Koninklijk Besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk op.

Het besluit geeft uitvoering aan het gewijzigde hoofdstuk Vbis van de Welzijnswet en bevat bepalingen die onder meer betrekking hebben op de risicoanalyse en de preventiemaatregelen, de verschillende procedures die toegankelijk zijn voor de werknemers, het statuut van de preventieadviseur psychosociale aspecten (PAPA) en van de vertrouwenspersoon e.d.
In tegenstelling tot wat vroeger het geval was krijgt het preventieve gedeelte in de nieuwe wetten een belangrijke plaats toegewezen. De wetgever ging ervan uit dat met een goede arbeidsorganisatie heel wat onheil kan worden voorkomen. Niet alleen kunnen daardoor onder meer conflicten, stress en burn-out worden bestreden, maar ook pesterijen die in een aantal gevallen het gevolg zijn van een uit de hand gelopen conflict.
De nieuwe wetgeving is van kracht sinds 1 september 2014, maar gaf werkgevers tot 1 maart 2015 de tijd om de nodige aanpassingen van de arbeidsreglementen door te voeren.

Uit een overzicht van rechtspraak dat werd opgesteld door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg blijkt dat sinds de invoering van regelgeving in verband met pesten op het werk meer dan 400 procedures in verband met deze materie werden ingeleid. Slechts in een kleine minderheid van de gevallen nam de rechtbank feiten in aanmerking die het bestaan van pesterijen, geweld of ongewenst seksueel gedrag vermoeden. Uit dit overzicht van de rechtspraak blijkt duidelijk dat de werknemer bij een procedure voor de rechtbank meestal aan het kortste eind trekt. Rechters lijken vooralsnog zeer argwanend te staan tegenover veroordelingen op grond van de Antipestwet.

De wetgeving betreffende het pesten bestaat in grote lijnen uit drie delen:

  • een algemene beginselverklaring;
  • preventiemaatregelen;
  • de bescherming van de werknemers.

Deze delen worden hierna verder toegelicht.

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen