Basisprincipe: de werknemer is niet aansprakelijk

De algemene regel van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, opgenomen in artikel 1832 van het Burgerlijk Wetboek, voorziet dat elke persoon die door zijn eigen fout schade toebrengt aan een ander, verplicht is om deze schade te vergoeden. Een dergelijke fout kan zijn begaan door een fout of door een nalatigheid of onvoorzichtigheid.

Artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet beperkt deze burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de werknemer echter aanzienlijk. Zo is de werknemer enkel en alleen burgerrechtelijk aansprakelijk, en zal dus enkel in deze gevallen de schade moeten betalen, wanneer de werknemer bij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst aan de werkgever of aan derden schade berokkent, in geval van bedrog, zware fout of gewoonlijk voorkomende lichte fout.

Principieel komt dit erop neer dat de werknemer niet aansprakelijk zal zijn voor de schade die hij berokkent bij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst aan zijn werkgever of aan derden (andere arbeiders, klanten, leveranciers …).

Deze beperking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor werknemers geldt enkel voor fouten begaan bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Voor fouten begaan buiten de uitvoering van de overeenkomst, is de werknemer wel burgerrechtelijk aansprakelijk. Indien een werknemer dus met de bedrijfswagen een ongeval veroorzaakt tijdens een verplaatsing die strikt privé is, zoals een verplaatsing tijdens het weekend, zal de werknemer de veroorzaakte schade zelf dienen te betalen.

In deze context moet het begrip ‘bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst’ ruim geïnterpreteerd worden. Het is voldoende dat de schadeverwekkende handeling verricht werd tijdens de duur van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst en dat zij daarmee enig, zij het een onrechtstreeks of occasioneel verband heeft.

Voorbeeld
Wanneer de werknemer naar huis terugkeert na een werkvergadering op het bedrijf, zal dit gezien worden als ‘bij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst’.

Deze burgerrechtelijke aansprakelijkheidsbeperking geldt niet enkel tegenover de werkgever, maar ook tegenover derden. In dat laatste geval kan het slachtoffer wel de werkgever aanspreken om een vergoeding van de schade te bekomen op basis van artikel 1384, derde lid van het Burgerlijk Wetboek dat stelt dat ‘de meesters en zij die andere aanstellen’ of anders gezegd de werkgevers, steeds burgerrechtelijk aansprakelijk zijn ten aanzien van de slachtoffers voor de schade veroorzaakt door de daad van hun werknemers.

De beperking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid is dus enkel van toepassing op de werknemer, niet op de werkgever.

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen