Toepassingsgebied van de arbeidswet

Aangezien de arbeidsduurgrenzen, het recht op overloon en andere arbeidsduurgerelateerde onderwerpen hoofdzakelijk geregeld worden door de Arbeidswet, is het in de eerste plaats van belang na te gaan op welke personen deze wet (of de bepalingen ervan die de arbeidsduur regelen) van toepassing is.

Daarom dient steeds, van geval tot geval, nagegaan te worden of een bepaalde werknemer wel onder de grenzen van de Arbeidswet valt.

De Arbeidswet is van toepassing op alle personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten onder gezag. Het gaat daarbij om werknemers, studenten, dienstboden, betaalde sportbeoefenaars en personen met een:

  • overeenkomst voor binnenschippers;
  • startbaanovereenkomst;
  • beroepsinlevingsovereenkomst;
  • middenstandsleerovereenkomst;
  • industriële leerovereenkomst;
  • overeenkomst tewerkstelling in kader van dienstencheques;

Niet alle bepalingen van de Arbeidswet zijn echter van toepassing op alle werknemers zonder onderscheid. Zo zijn de volgende personen:

  • personen werkzaam in een familieonderneming (een onderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitend gezag van de vader, moeder of voogd);
  • het varende personeel van visserijbedrijven;
  • huisarbeiders;
  • artsen, veeartsen, tandartsen, geneesheren-specialisten in opleiding en de studenten-stagiairs die zich voorbereiden op de beroepen van arts, veearts en tandarts, voor zover zij onder het gezag van een werkgever werken;
  • het varende personeel tewerkgesteld aan werken van vervoer in de lucht;

uitgesloten van de bepalingen inzake:

  • zondagsrust
  • arbeidsduur
  • nachtarbeid
  • naleven van de uurroosters
  • rusttijden
  • pauzes

De dienstboden, de handelsvertegenwoordigers en de werknemers met een leidinggevende functie of vertrouwenspost zijn uitgesloten van de bepalingen inzake:

  • arbeidsduur
  • nachtarbeid
  • naleven van de uurroosters
  • rusttijden
  • pauzes

Voor hen gelden de bepalingen inzake zondagsrust dus wel. Een KB van 10 februari 1965 verduidelijkt welke werknemers behoren tot de categorie van leidinggevende of die bekleed zijn met een vertrouwenspost. Voor de sectoren van het mijnbedrijf, de keramieknijverheid, de metaal- en glasnijverheid, de hotels, eethuizen en drankwinkels, de elektriciteitsnijverheid, de banken en de koopvaardijvloot worden in het KB de personen opgesomd die een leidende functie en/of een vertrouwenspost hebben. Interessant is echter dat het KB verder, los van de sector  waarin men tewerkgesteld is, volgende functies kwalificeert als leidinggevend of als een vertrouwensfunctie:

  • directeurs, onderdirecteurs, zeevaartkapiteins, en de personen die werkelijk gezag uitoefenen en de verantwoordelijkheid dragen voor de hele onderneming of een belangrijke onderafdeling ervan. De rechtspraak oordeelde reeds dat een manager van een restaurant van de keten Pizza Hut een leidinggevende functie had;
  • privésecretarissen, en een stenotypist, verbonden aan de dienst van de werkgever, van de directeur of onderdirecteur;
  • personen die onder hun verantwoordelijkheid de onderneming tegenover derden kunnen verbinden; de rechtspraak oordeelde reeds dat een vakbondssecretaris en een hoofdboekhouder onder deze definitie vallen;
  • filiaalhouders die al dan niet personeel onder hun gezag hebben;
  • ingenieurs en de technische personeelsleden, voor zover hun persoonlijke aanwezigheid voor de veiligheid van de werknemers en voor de veilige werking van de onderneming noodzakelijk is;
  • personen belast met controle- of inspectieopdrachten welke geheel of gedeeltelijk buiten de normale werkuren uitgeoefend moeten worden;
  • hoofdmeestergasten en de conducteurs van werken, voor zover zij met de meestergasten gelijkgesteld kunnen worden;
  • fabricage- en atelierchefs die werkelijk gezag uitoefenen of verantwoordelijkheid dragen;
  • de magazijnmeesters van nijverheids- of handelsondernemingen, voor zover zij rekenplichtig zijn over de stocks, verantwoordelijk voor de inventaris en personeel onder hun rechtstreekse en blijvende gezag hebben;
  • de huisbewaarders in een handels- of nijverheidsonderneming (conciërges);

Het KB van 10 februari 1965 bevat nog een aantal totaal verouderde of weinig voorkomende functies zoals stalmeesters en functies in het mijnbedrijf. Hoewel het KB in principe op restrictieve wijze geïnterpreteerd moet worden, nemen de meeste hoven en rechtbanken terecht toch analoge functies in aanmerking. Het is immers duidelijk dat het gaat om het principe van de vertrouwensfuncties en niet over nominatim opgesomde functies. Zo zijn informaticadeskundigen niet opgenomen in het KB, maar oordeelde sommige rechtspraak dat het hoofd van de dienst informatica gelijkgesteld kan worden met het hoofd van de mechanografische dienst die in het KB vermeld wordt.

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen