Inhaalrust

De referteperiode waarbinnen de inhaalrust moet worden toegekend

In principe moet de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gerespecteerd worden per trimester. Wanneer men de normale arbeidsduurgrenzen overschrijdt, zal er dus tijdig inhaalrust toegekend moeten worden, wil men op het einde van het trimester per week een gemiddeld aantal uur gewerkt hebben. Deze referteperiode van een trimester kan verlengd worden tot maximaal één jaar, ofwel bij Koninklijk Besluit, ofwel bij cao of als die er niet zijn, door het arbeidsreglement. Dit wordt ook wel de annualisering van de arbeidstijd genoemd. Indien de referteperiode wordt verlengd door middel van een cao, dan is het niet nodig om de bepalingen van het arbeidsreglement daaraan aan te passen via de normale wijzigingsprocedure die daarvoor voorzien is. De bepaling in de cao die de referteperiode verlengt, wijzigt immers automatisch het arbeidsreglement van zodra de cao is neergelegd op de griffie van de dienst collectieve arbeidsbetrekkingen van de FOD WASO.

Modaliteiten van de inhaalrust

Inhaalrust moet samenvallen met een dag waarop de werknemer normaal gezien had moeten werken en mag dus niet samenvallen met dagen waarop de arbeidsovereenkomst geschorst is (vakantie, ziekte …), noch met zondagen, feestdagen of dagen inhaalrust voor tewerkstelling op feestdagen.

In principe moet deze inhaalrust toegekend worden voor het einde van de referteperiode, echter in sommige gevallen mag de inhaalrust later genomen worden. In geval van buitengewone vermeerdering van werk, wanneer de vermeerdering zich voordoet op het einde van de referteperiode, mag de inhaalrust genomen worden binnen de drie maanden die volgen op het einde van de referteperiode. In dat geval is het immers onmogelijk om de inhaalrust nog toe te kennen voor het einde van de referteperiode.

Vrijstelling van inhaalrust

Bij arbeid verricht om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval of voor dringende arbeid aan machines of materieel binnen de eigen onderneming, is de werkgever vrijgesteld van het verlenen van inhaalrust.

De interne grens

Naast de verplichting om tegen het einde van de referteperiode voldoende inhaalrust te hebben toegekend, zodat gedurende die referteperiode de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur werd nageleefd, is er ook nog de verplichting dat het aantal uren overschrijding boven de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur tijdens die referteperiode op geen enkel ogenblik meer mag bedragen dan een bepaalde grens. Deze grens wordt de interne grens genoemd. Wordt in de loop van de referteperiode de interne grens bereikt, dan moet er onmiddellijk inhaalrust worden toegekend aan de werknemer, ook al is het einde van de referteperiode misschien nog lang niet in zicht.

Deze interne grens bedraagt 78 uur. Echter, wanneer de referteperiode werd verlengd tot een jaar dan bedraagt de interne grens 91 uur. Deze verhoogde grens van 91 uur geldt wel pas na de eerste drie maanden van het refertejaar. De eerste 3 maanden van de referteperiode is de interne grens dus ook 78 uur, daarna en dit tot aan het einde van de referteperiode van een jaar wordt die interne grens 91 uur.

Deze grens van 78 of 91 uur kan opgetrokken worden in twee fasen: in een eerste fase tot 130 uur en in een tweede fase tot 143 uur.

In de eerste fase gebeurt de verhoging naar 130 uur door een cao gesloten in het paritair comité. Deze cao kan de nadere regels en voorwaarden van die verhoging vaststellen. Zij kan de beslissing tot verhoging ook geheel of gedeeltelijk overdragen aan de onderneming.

Indien er geen dergelijke cao werd gesloten voor 1 april 2014, dan kan er op ondernemingsvlak een procedure gevolgd worden om de interne grens te verhogen. Deze procedure hangt af van het feit of er al dan niet een vakbondsafvaardiging aanwezig is in de onderneming.

Is er een vakbondsafvaardiging dan moet de verhoging naar 130 uur worden vastgelegd in een cao gesloten met alle in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties. Dergelijke cao wijzigt ook automatisch het arbeidsreglement. Is er geen vakbondsafvaardiging dan kan de verhoging vastgelegd worden in een cao die eveneens het arbeidsreglement automatisch wijzigt (dan dient er contact opgenomen te worden met de externe vakbonden omdat een cao de handtekening van minstens één vakbondssecretaris vereist), of kan de verhoging worden ingevoerd door de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement te volgen.

In een tweede fase kan de interne grens nog verhoogd worden naar maximaal 143 uur. Dit kan enkel door middel van een cao gesloten in het paritair comité die de nadere regelen en voorwaarden voor die verhoging vastlegt. Deze cao kan de beslissing tot verhoging geheel of gedeeltelijk overdragen aan een akkoord gesloten op ondernemingsvlak.

Mogelijkheid voor de werknemer om in bepaalde gevallen af te zien van het recht op inhaalrust

Bij overschrijding van de normale arbeidsduurgrenzen in geval van buitengewone vermeerdering van werk en onvoorziene noodzakelijkheid heeft de werknemer de keuze tussen het al of niet recupereren van de gepresteerde overuren. De werknemer moet zijn keuze om geen inhaalrust op te nemen meedelen voor het einde van de betaalperiode gedurende dewelke de prestaties werden verricht. De keuze ligt bij de werknemer, niet bij de werkgever. De overuren geven wel gewoon aanleiding tot uitbetaling van overloon, d.w.z. het gewone loon en de overloontoeslag (dus uitbetaling aan 150% of 200%). De werknemer kan deze keuze enkel maken voor maximaal 91 overuren per kalenderjaar. De overige overuren zullen dus wel aanleiding geven tot de klassieke toepassing van overloon en inhaalrust. Het ‘plafond’ van 91 overuren kan net zoals de interne grens worden opgetrokken in twee fasen: in een eerste fase tot maximaal 130 uur en in een tweede fase tot 143 uur. Het optrekken van het aantal uren gebeurt  mits het respecteren van dezelfde procedure als voor de optrekking van de interne grens. 

In een eerste fase gebeurt de eerste verhoging naar 130 uur door middel van een cao gesloten in het paritair comité. Deze cao kan de nadere regels en voorwaarden van die verhoging vaststellen. Zij kan de beslissing tot verhoging ook geheel of gedeeltelijk overdragen aan de onderneming.

Indien er geen dergelijke cao is voor 1 april 2014, dan kan er op ondernemingsvlak een procedure gevolgd worden om de interne grens te verhogen. Deze procedure hangt af van het feit of er al dan niet een vakbondsafvaardiging aanwezig is in de onderneming.

Is er een vakbondsafvaardiging dan moet de verhoging naar 130 uur worden vastgelegd in een cao gesloten met alle in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties. Dergelijke cao wijzigt ook automatisch het arbeidsreglement. Is er geen vakbondsafvaardiging dan kan de verhoging vastgelegd worden in een cao die eveneens het arbeidsreglement automatisch wijzigt (dan dient er contact opgenomen te worden met de externe vakbonden omdat een cao de handtekening van minstens één vakbondssecretaris vereist), of kan de verhoging worden ingevoerd door de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement te volgen.

In een tweede fase kan het aantal uren waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust nog verhoogd worden naar maximaal 143 uur. Dit kan enkel door middel van een cao gesloten in het paritair comité die de nadere regelen en voorwaarden voor die verhoging vastlegt. Deze cao kan de beslissing tot verhoging geheel of gedeeltelijk overdragen aan een akkoord gesloten op ondernemingsvlak.

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen