Arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid

Definitie

Er is geen wettelijke definitie van deeltijdse arbeid. In een van de commentaren in cao nr. 35 van de NAR is alleen terug te vinden dat het gaat om arbeid die regelmatig en vrijwillig gedurende een kortere periode dan de normale periode wordt verricht. Of er sprake is van een deeltijdse arbeidsovereenkomst hangt dus af van het aantal uren die een werknemer moet werken in vergelijking met de voltijdse werknemers.

Vormvereisten

Een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid moet schriftelijk zijn vastgelegd voor iedere werknemer  afzonderlijk en uiterlijk op het tijdstip waarop de

werknemer de uitvoering van de overeenkomst aanvangt (artikel 11bis, Arbeidsovereenkomstenwet).

De arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid moet de overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster vermelden.

Onder de arbeidsregeling wordt de arbeidsduur per week verstaan (bijvoorbeeld 30 uur). De arbeidsregeling kan zowel vast als veranderlijk zijn. Het is dus mogelijk dat de deeltijdse werknemer elke week evenveel uren werkt, maar het kan ook dat het wekelijks aantal te presteren uren varieert waarbij er over een langere periode een bepaald gemiddelde wordt nageleefd.

Het werkrooster bevat de dagen en uren waarop er gewerkt moet worden. Het werkrooster kan vast of variabel zijn. In elk geval moeten alle toepasselijke deeltijdse roosters opgenomen zijn in het arbeidsreglement.

Sanctie

Als een van deze vormvereisten niet nageleefd is, of het contract werd te laat gesloten, dan kunnen deeltijdse werknemers het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsregime aan de kant schuiven en kiezen voor het werkregime dat hun in de onderneming het gunstigst lijkt. Voor deze keuze kan de deeltijdse werknemer zich baseren op uurroosters die bepaald zijn in het arbeidsreglement, of die blijken uit sociale documenten (personeelsregister en individuele rekeningen). Opnieuw wordt hier het belang onderstreept van het tijdig laten ondertekenen van de arbeidsovereenkomst.

Omvang van de deeltijdse arbeid

i) De 1/3-regel

De wekelijkse arbeidsduur van de deeltijdse werknemer mag niet lager zijn dan één derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemers die in de onderneming tot dezelfde categorie behoren. Bij gebrek aan een vergelijkingspunt in dezelfde categorie moet men zich houden aan de arbeidsduur die in dezelfde bedrijfssector van toepassing is.

Uitzonderingen

 

De minimale wekelijkse arbeidsduur is niet van toepassing op (K.B. 21 december 1992 betreffende de afwijkingen van de minimale wekelijkse arbeidsduur van de deeltijds tewerkgestelde werknemers):

  • werkgevers en werknemers uit de publieke sector die uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van de caowet (onder andere personen in dienst van de staat, provincies, gemeenten, de door het rijk gesubsidieerde personeelsleden in dienst van de gesubsidieerde inrichtingen van het vrije onderwijs …);
  • werknemers die op grond van de kortstondigheid of de bijkomstigheid van hun betrekking uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van de socialezekerheidsregeling voor werknemers (bijvoorbeeld seizoensarbeiders, bepaalde artiesten, studenten die een beperkt aantal dagen worden tewerkgesteld);

  • werknemers en werkgevers verbonden door een arbeidsovereenkomst die dagprestaties van minimaal vier uur bepaalt en die tegelijkertijd voldoen aan de volgende voorwaarden:
    • de in de arbeidsovereenkomst bedongen prestaties moeten worden verricht volgens een vaste uurregeling die vermeld is in de arbeidsovereenkomst en in het arbeidsreglement;
    • de arbeidsovereenkomst bepaalt dat bijkomstige prestaties uitgesloten zijn, behalve wanneer zij rechtstreeks voorafgaan aan of volgen op de in de arbeidsovereenkomst vermelde prestaties;
    • de arbeidsovereenkomst bepaalt dat de prestaties die verricht worden boven de grenzen vastgelegd in de arbeidsovereenkomst, recht geven op een vermeerdering van loon zoals bepaald in de arbeidswet voor het overloon;
    • een kopie van de arbeidsovereenkomst moet worden gezonden naar de dienst van de Inspectie van de Sociale Wetten die bevoegd is voor de werkplaats waar de werknemer hoofdzakelijk tewerkgesteld is;
  • werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een vast uurrooster, van wie het werk er uitsluitend uit bestaat de lokalen schoon te maken waarin hun werkgever voor beroepsdoeleinden gehuisvest is.

Ook kan er op sectoraal niveau bij cao worden toegestaan dat afgeweken wordt van de grens van één derde. Dergelijke cao’s werden onder andere gesloten binnen PC 118 (voedingsnijverheid), PC 121 (schoonmaakondernemingen), PC 145 (tuinbouw), PC 202 (kleinhandel in voedingswaren), PC 200 (aanvullend PC voor bedienden), PC 311 (grote en kleinhandelszaken), PC 322 (uitzendbureaus).

Kan de werkgever zich niet beroepen op de uitzonderingen vermeld in het KB en is er voor zijn sector geen cao die in een afwijking voorziet, dan kan hij op het niveau van zijn onderneming een cao afsluiten waarin wordt afgeweken van de 1/3-regel. Deze cao moet voorafgaandelijk goedgekeurd worden door het paritair comité.

Sanctie

Wanneer de deeltijdse arbeidsovereenkomst prestaties vastlegt die lager liggen dan de grens van één derde, en wanneer men niet valt onder een van de uitzonderingen, dan heeft de betrokken werknemer recht op loon op basis van de minimale wekelijkse arbeidsduur van één derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemer.

ii) De 3-urenregel (art. 21 Arbeidswet van 16 maart 1971)

 

Elke werkperiode moet minimaal drie uren bevatten. Het moet gaan om een ononderbroken arbeidsperiode. Slechts een korte pauze is toegestaan.

Uitzonderingen

 

Deze 3-urenregel is niet van toepassing op de werkgevers en werknemers die niet onder het toepassingsgebied van de Arbeidswet vallen.

Bovendien voorziet het KB van 18 juni 1990 in een uitzondering voor de volgende categorieën van werknemers:

  • de werkgevers en de werknemers die uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van de cao-wet (onder andere personen in dienst van de staat, provincies, gemeenten, de door het rijk gesubsidieerde personeelsleden in dienst van de gesubsidieerde inrichtingen van het vrije onderwijs …);
  • werknemers die op grond van de kortstondigheid of de bijkomstigheid van hun betrekking uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van de socialezekerheidsregeling voor werknemers bijvoorbeeld bij occassionele arbeid;
  • werknemers die tewerkgesteld zijn in het kader van een vast uurrooster, van wie het werk er uitsluitend uit bestaat de lokalen schoon te maken waarin hun werkgever voor beroepsdoeleinden gehuisvest is;
  • de werklozen tewerkgesteld in het kader van de PWA-regeling.

Ten slotte is het ook mogelijk om bij cao, gesloten op ondernemings- of op sectoraal vlak, af te wijken van de 3-urenregel. In tegenstelling tot de 1/3-regel, is voor de ondernemings-cao die voorziet in een afwijking op de 3-urenregel de goedkeuring van het paritair comité niet vereist.

Sanctie

In tegenstelling tot de 1/3-regel is bij overtreding van de 3-urenregel niet bepaald dat de werkgever verplicht wordt het loon uit te betalen op basis van de door de wet bepaalde minimumgrens. Er kunnen bij overtreding wel strafrechtelijke of administratieve geldboetes worden opgelegd op grond van het Sociaal Strafwetboek. Deze geldboetes worden vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

Publiciteitsvereisten

i) Openbaarmaking van de werkroosters

 

Bewaring van een kopie van de arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid

 

Een kopie van de ondertekende deeltijdse arbeidsovereenkomst moet worden bewaard op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden  geraadpleegd. Het is ook toegelaten dat er slechts een uittreksel van die arbeidsovereenkomst wordt

bewaard met de werkroosters, de identiteit van de deeltijdse werknemers waarop zij van toepassing is, en de handtekening van de betrokken werknemers en die van de werkgever.

Cyclische arbeidsregeling

 

Wanneer de arbeidsregeling van de deeltijdse werknemer georganiseerd is volgens een cyclus, namelijk een opeenvolging van dagelijkse werkroosters in een vaste orde die bepaald wordt door het arbeidsreglement, en die over meer dan één week gespreid zijn, moet op elk tijdstip kunnen worden vastgesteld wanneer de cyclus begint.

Variabele werkroosters

De werkregeling is variabel wanneer de deeltijdse arbeidsovereenkomst de wekelijkse arbeidsduur vaststelt, zonder vooraf de dagen en/of uren van de uurregeling nauwkeurig aan te geven omdat die telkens verschillen.

In een dergelijk geval moeten de dagelijkse werkroosters ten minste vijf werkdagen vooraf door aanplakking van een gedateerd bericht in de lokalen van de onderneming ter kennis gebracht worden van de betrokken werknemers. Dit bericht moet worden opgehangen op de plaats waar het arbeidsreglement geraadpleegd kan worden. De termijn van vijf werkdagen kan gewijzigd worden door een in het paritair comité gesloten, bij KB algemeen verbindend verklaarde cao.

Deze berichten moeten gedurende een jaar bewaard worden, te rekenen vanaf de dag waarop de werkregeling ophoudt van kracht te zijn.

ii) Afwijkingen op het normale deeltijdse arbeidsrooster

De werkgever die deeltijdse werknemers tewerkstelt, moet over een afwijkingsdocument beschikken waarin alle afwijkingen van de vaste, cyclische en variabele uurroosters moeten worden opgetekend. Telkens wanneer er wordt afgeweken van de werkroosters, moeten de volgende gegevens in dit document worden aangeduid naast de naam en de voornaam van de werknemer en de datum van afwijking:

  • het beginuur en het einduur van het werk, wanneer de prestaties eindigen na of aanvangen voor het tijdstip bepaald in het werkrooster, en dit bij het begin en het einde van de prestaties;
  • begin van de prestaties, hun einde en de rustpauzes in geval van prestaties uitgevoerd buiten de werkroosters, en dit op het ogenblik dat deze prestaties beginnen of eindigen, bij het begin van elke rustpauze;
  • de handtekening van de werknemer tegenover elke hierboven opgesomde vermelding;
  • minstens één keer per week de handtekening van de werkgever.

Dit afwijkingsdocument moet echter niet gebruikt worden indien de werkgever beschikt over:

  • een ander controlemiddel of document dat werd bepaald bij KB op voorstel van het paritair comité;
  • een register waarin het juiste uur waarop de werknemer het werk aanvangt en eindigt, en het begin en het einde van de rustpauzen worden vermeld;
  • een elektronisch tijdsregistratiesysteem zoals een prikklok, op voorwaarde dat minstens eenmaal per week een blad wordt afgedrukt met dezelfde vermeldingen als deze die op het afwijkingsdocument moeten staan.

De afwijkingsdocumenten (ongeacht de vorm) moeten bewaard worden tot vijf jaar na het einde van de maand die volgt op het kwartaal van de inschrijving van de laatste verplichte vermelding.

iii) Sancties bij het niet naleven van de publiciteitsvereisten

 

Indien de voorschriften inzake het openbaar maken van de deeltijdse uurroosters en het registreren van de afwijkingen niet werden nageleefd, dan kunnen deze inbreuken op grond van het Sociaal Strafwetboek bestraft worden met een strafrechtelijke of administratieve geldboete van niveau 3, of zelfs niveau 4 als de werkgever reeds eerder een waarschuwing

kreeg van de sociale inspectie. Deze boetes worden vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

Behalve de sancties op grond van het Sociaal Strafwetboek ontstaat ook het vermoeden dat de deeltijdse werknemers voltijdse arbeidsprestaties hebben geleverd, waardoor de RSZ socialezekerheidsbijdragen op een voltijds loon kan eisen.

Het betreft een weerlegbaar vermoeden dat wettelijk verankerd is in zowel artikel 171 van de Programmawet van 22 december 1989 als in artikel 22ter van de RSZwet van 27 juni 1969.

De werkgever kan dus het bewijs leveren dat de betrokken werknemer niet voltijds heeft gewerkt.

Dat vermoeden heeft geen betrekking op de overeenkomst tussen de werkgever en de deeltijds tewerkgestelde werknemer. De bedoeling is een betere controle op de deeltijdse arbeid met het oog op het voorkomen en het beteugelen van zwartwerk. Het weerlegbare vermoeden is dan ook gevestigd ten behoeve van de instellingen en de ambtenaren die met die controle belast zijn (de RSZ en de sociale inspectiediensten). Een werknemer zelf kan er zich niet op beroepen en zal dus zijn voltijds geleverde prestaties effectief moeten bewijzen indien hij loonachterstallen wil bekomen (Cass. 4 oktober 1999, J.T.T. 2000, 156).

Let op!

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid beroept zich vaak op bovenstaande vermoedens en gaat RSZ-bijdragen heffen alsof de werknemer voltijdse arbeidsprestaties heeft geleverd. De regels met betrekking tot de verplichte openbaarheid van de uurroosters niet naleven zoals o.m. bewaring op de arbeidsplaats van een kopie van de geschreven arbeidsovereenkomst, kan de werkgever zeer veel geld kosten.

Beginsel van gelijke behandeling

Deeltijdse werknemers mogen wat hun arbeidsvoorwaarden betreft niet minder gunstig behandeld worden dan de voltijdse werknemers, louter op grond van het feit dat zij slechts deeltijds werkzaam zijn, behalve als het verschil in behandeling om objectieve redenen gerechtvaardigd is.

Voorrang bij het verkrijgen van een andere betrekking

De deeltijdse werknemer kan bij zijn werkgever schriftelijk een aanvraag indienen voor een voltijdse dienstbetrekking of een andere deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe arbeidsregeling verkrijgt, waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij al werkt. De werkgever moet schriftelijk de ontvangst van die aanvraag bevestigen. Die ontvangstbevestiging dient uitdrukkelijk te vermelden dat het indienen van de aanvraag de mededelingsplicht van vacatures voor de werkgever met zich meebrengt. De aanvraag en een afschrift van de ontvangstbevestiging dienen door de werkgever bewaard te worden.

De werkgever is dan ook verplicht aan deze werknemer schriftelijk elke vacante voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking mee te delen die dezelfde functie betreft als deze die de werknemer al uitoefent en waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit.

De deeltijdse werknemer moet een door de werkgever vacant verklaarde voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking die dezelfde functie betreft als deze die hij al uitoefent en waarvoor hij over de vereiste kwalificaties bezit, bij voorrang verkrijgen als hij daartoe een aanvraag heeft ingediend.

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen