Toepasselijke socialezekerheidswetgeving

Algemeen principe

Telkens wanneer er zich in het kader van een tewerkstelling een grensoverschrijdend element voordoet, stelt zich de vraag onder welke sociale zekerheid de betrokkene ressorteert.

Wanneer het gaat om werkzaamheden die worden verricht op het grondgebied van de EU dan moet de toepasselijke socialezekerheidswetgeving worden bepaald op basis van de Verordening 883/2004 en haar toepassingsverordening 987/2009.

Verordening 883/2004 vervangt Verordening 1408/71 sinds 1 mei 2010. Gedurende een overgangsperiode van 10 jaar zullen de bepalingen van de Verordening 1408/71 verder van toepassing blijven op bestaande situaties voor zover de feitelijke elementen van de bestaande situatie niet worden gewijzigd, tenzij de werknemer uitdrukkelijk verzoekt dat de nieuwe Verordening wordt toegepast. De Verordening 1408/71 blijft ook nog van toepassing voor de EER-landen (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) tot wanneer Verordening 883/2004 ook op hen van toepassing is verklaard (overgangsregeling tot 1 juni 2022) .

Het basisprincipe voor het bepalen van de toepasselijke sociale zekerheid, is dat enkel de sociale zekerheid van slechts één land van toepassing kan zijn. In principe is dat de wetgeving van het land waar de werknemer zijn werkzaamheden uitoefent, zelfs als de werknemer op het grondgebied van een andere lidstaat woont of zijn werkgever in een andere lidstaat is gevestigd. Een buitenlandse werkgever kan dus verplicht zijn Belgische socialezekerheidsbijdragen te betalen op het loon van zijn werknemer die in België werkt. Dat is bijvoorbeeld het geval voor een werknemer van een firma die in Frankrijk gevestigd is en die in België werkt. Of een ander voorbeeld: een Belg die in België woont en gaat werken in Frankrijk, is onderworpen aan de Franse sociale zekerheid.

Men wil op die manier vermijden dat bij een internationale tewerkstelling gelijktijdig verschillende socialezekerheidsstelsels van toepassing zijn, met alle mogelijke conflicten en verwarring van dien.

Uitzonderingen op het algemene principe

Detachering

De verordening kent een belangrijke uitzondering op het principe van de onderworpenheid aan de sociale zekerheid van het land van tewerkstelling in geval van de detachering. Detachering impliceert dat een werknemer tijdelijk voor zijn werkgever waarbij hij normaal tewerkgesteld is, werkzaamheden gaat uitoefenen in een andere lidstaat. Gedurende deze tijdelijke uitzending blijft de werknemer, op voorwaarde dat hij verder onderworpen blijft aan het gezag van de werkgever die hem heeft uitgestuurd, onderworpen aan de sociale zekerheid van het land van gewoonlijke tewerkstelling, op voorwaarde dat hij niet wordt uitgezonden ter vervanging van een andere werknemer wiens detachering is beëindigd.

De te verwachten duur van de detachering mag niet meer dan 24 maanden bedragen.

Voor zelfstandigen geldt dezelfde basisregel. Op de zelfstandige is de sociale zekerheid van toepassing van de lidstaat waar hij werkzaam is. Indien die zelfstandige voor een periode van maximaal 24 maanden zijn activiteiten in een andere lidstaat dan gewoonlijk gaat verrichten, dan blijft de sociale zekerheid van de lidstaat waar hij oorspronkelijk zijn gewoonlijke activiteit verricht van toepassing.

Werken in twee staten

Het is ook mogelijk dat werknemers in twee lidstaten werkzaamheden verrichten. Een werknemer die gewoonlijk een werkzaamheid in loondienst uitoefent in twee of meer lidstaten is onderworpen aan de wetgeving van het land waar hij woont als die persoon daar ook een substantieel deel van zijn werkzaamheden uitoefent. Om te bepalen of iemand een substantieel deel van zijn werkzaamheden uitoefent in een bepaald land, moet die persoon minstens 25% van zijn arbeidsduur daar uitoefenen en/of ten minste 25% van zijn loon daar verkrijgen. Indien er geen substantieel deel van de werkzaamheden in de woonstaat wordt verricht, gelden de volgende regels:

  • als de werknemer werkt voor één werkgever: de wetgeving van de lidstaat waar de werkgever zijn hoofdzetel of exploitatiezetel heeft;
  • als de werknemer werkt voor verschillende werkgevers van wie de hoofdzetels of exploitatiezetels in dezelfde lidstaat liggen: de wetgeving van de lidstaat waar die zetels gelegen zijn;
  • als de werknemer werkt voor verschillende werkgevers die hun hoofdzetel of exploitatiezetel in twee lidstaten hebben waarvan één lidstaat de woonstaat is: de wetgeving van de andere lidstaat dan de woonstaat;
  • als de werknemer werkt voor verschillende werkgevers van wie ten minste twee hun hoofdzetel of exploitatiezetel in verschillende lidstaten hebben doch niet in de lidstaat waar de werknemer woont: de wetgeving van de lidstaat waar de werknemer woont.

Bijvoorbeeld een werknemer die in Nederland woont en die werkt voor één werkgever die zijn hoofdzetel in België heeft. Hij werkt zowel in België (3 dagen per week), Nederland (1 dag per week) als Duitsland (1 dag per week). In dat geval is de Belgische sociale zekerheid van toepassing, omdat de werknemer geen substantieel deel van zijn werkzaamheden in België uitoefent en er dus gekeken moet worden naar de lidstaat waar de werkgever zijn zetel heeft, hier dus Nederland.

Bovenstaande regels zijn van toepassing sinds 28 juni 2012. Indien de toepassing van die nieuwe bepalingen de onderwerping aan de wet van een andere lidstaat teweeg zou brengen dan de wetgeving die toepasselijk was op de situatie vóór 28 juni 2012, dan blijft de werknemer onderworpen aan de wet die van toepassing was voor 28 juni 2012 op voorwaarde dat er niets verandert aan de situatie van de werknemer en op voorwaarde dat de werknemer niet zelf de toepassing van de wetgeving onder Verordening 883/2004 heeft gevraagd. Na 10 jaar worden automatisch bovenstaande regels die in werking zijn getreden op 28 juni 2012 hoe dan ook van toepassing.

Dezelfde principes gelden voor de zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit gewoonlijk op het grondgebied van twee of meer lidstaten uitoefent. Op degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, is van toepassing:

  • de wetgeving van de lidstaat waar hij woont, indien hij aldaar een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht;
  • de wetgeving van de lidstaat waar zich het centrum van belangen van zijn werkzaamheden bevindt, indien hij niet woont in een van de lidstaten waar hij een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden verricht.

Voor werknemers die ook zelfstandige zijn in verschillende lidstaten, is de wetgeving van toepassing van de lidstaat waar hij werknemer is. Wanneer hij werknemer is op het grondgebied van twee of meer lidstaten en daarnaast ook nog een zelfstandige activiteit heeft dan is de wetgeving van toepassing volgens de regels die hierboven uiteengezet zijn voor werknemers die in twee of meer lidstaten werken.

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen