Sancties

Civielrechtelijke sancties

  • De gebruiker wordt geacht verbonden te zijn met de ter beschikking gestelde werknemer door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd vanaf het begin van de uitvoering van de arbeid.

    Dit is inderdaad een sanctie die kan tellen, in de mate dat men aldus tegen heug en meug zijn personeelsbestand kan zien aangroeien. Mogelijkerwijs is de betrokken werknemer niet opgezet met zijn nieuwe werkgever. De werkgever heeft met deze hypothese rekening gehouden en als principe geponeerd dat de betrokken werknemer de overeenkomst kan beëindigen zonder opzegging noch vergoeding. Van dat recht kan de werknemer slechts gebruikmaken tot op de datum waarop hij normaal niet meer ter beschikking zou zijn gesteld van de gebruiker. Na deze datum zal hij net zoals iedere andere werknemer een opzeggingstermijn dienen te respecteren als hij zijn nieuwe werkgever wenst te verlaten. De oorspronkelijke werkgever ontsnapt echter niet zomaar aan zijn verplichtingen die normaliter voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst. De gebruiker en de uitlener zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen, vergoedingen en voordelen die voortvloeien uit de aldus ontstane nieuwe arbeidsovereenkomst (artikel 31 § 4 Wet 24 juli 1987).

    De term ‘vergoedingen’ omvat onder meer de eventueel te betalen opzeggingsvergoedingen.

  • De handelsovereenkomst tussen de uitlener en de gebruiker wordt door nietigheid getroffen, gelet op haar ongeoorloofde oorzaak.

    Een overeenkomst heeft immers een ongeoorloofde oorzaak wanneer zij door de Wet verboden is of strijdig is met de openbare orde of de zeden (artikel 1133 BW).

Welnu, het verbod op terbeschikkingstelling van artikel 31 van de Uitzendarbeidswet is onmiskenbaar van openbare orde.

Dit karakter van openbare orde blijkt uit de bestaansgrond van deze wetgeving, onder meer de strijd tegen koppelbazen, en het feit dat het verbod strafrechtelijk bestraft wordt.

Belangrijk in deze context is dat artikel 1131 BW stelt dat ‘een verbintenis aangegaan zonder oorzaak of met een valse oorzaak of een ongeoorloofde oorzaak, geen gevolg kan hebben’.

De nietigheid op grond van de ongeoorloofde oorzaak heeft in de verhoudingen tussen uitlener en gebruiker onder meer tot gevolg dat de uitlener de som die hij factureerde aan de gebruiker voor de geleverde prestaties van zijn werknemers niet in rechte kan opeisen. Aldus werden in de praktijk al ettelijke malen vorderingen tot betaling van achterstallige facturen voor een handelsrechtbank afgewezen, omdat aan deze facturen prestaties ten grondslag lagen in het kader van een verboden terbeschikkingstelling.

Strafrechtelijke sancties

Overeenkomstig het sociaal strafwetboek wordt bestraft, iedere persoon die, in overtreding met de wet van 24 juli 1987 betreffende de uitzendarbeid, een werknemer ter beschikking stelt buiten de bepalingen met betrekking tot de uitzendarbeid. Niet alleen de uitlener wordt bestraft, maar ook de gebruiker.

Voor deze inbreuk is een geldboete voorzien van 3600 euro tot 36.000 euro. Deze geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

Administratieve geldboetes

Wanneer de arbeidsauditeur kennis krijgt van een misdrijf kan hij oordelen dat er geen reden is om een strafvordering in te stellen. In dat geval kan de dienst Administratieve Geldboeten wel nog een administratieve geldboete opleggen waarvan het bedrag schommelt tussen de 1.800 euro en 18.000 euro. Opnieuw wordt deze geldboete zoveel maal toegepast als er personen in strijd met de wet ter beschikking gesteld geweest zijn.

Zowel voor de strafrechtelijke geldboete, als voor de administratieve geldboete geldt de regel dat de vermenigvuldigde geldboete niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete mag bedragen.

Bijgevolg: maximale strafrechtelijke geldboete: 3.600.000 euro
Maximale administratieve geldboete: 1.800.000 euro

Besluit

Het is ontegensprekelijk zo dat de programmawet d.d. 27 december 2012 het feitelijke toepassingsgebied van het verbod op terbeschikkingstelling gevoelig heeft teruggeschroefd. Want, de wetgever heeft in tegenstelling tot voorheen geponeerd dat feitelijke instructies van de klant aan het personeel van de aannemer ( werkgever) nu wel aanleiding kunnen geven tot herkwalificatie van een aannemingsovereenkomst in een verboden terbeschikkingstelling. Ongetwijfeld zal dit feit  ertoe bijdragen dat heel wat dagelijkse situaties van aanneming tegenwoordig in de grijparmen zullen vallen van de verboden terbeschikkingstelling.

Bij elke aannemingsovereenkomst zal men uiterst waakzaam moeten blijven om te beletten dat het inhuren van personeel na verloop van tijd niet geruisloos verglijdt in een verboden terbeschikkingstelling. De gevolgen ervan op civielrechtelijk en strafrechtelijk vlak zijn namelijk genadeloos.

Houd ook goed voor ogen dat het niet alleen de sociale inspectie of de rechter is die het verbod gaat inroepen om een beslissing ten gronde uit te lokken, maar ook heel vaak een werknemer. Zo is bij een expatriate die jarenlang tewerkgesteld was in het moederhuis en vervolgens gedetacheerd werd naar het Belgische zusterbedrijf, de verleiding soms groot om bij het einde van de missie op basis van de Wet op de verboden terbeschikkingstelling de bescherming in te roepen van het Belgische arbeidsrecht. Zo kan hij eventueel een verbrekingsvergoeding verkrijgen die fundamenteel hoger is dan in het thuisland. Niet te onderschatten is hierbij dat de Belgische arbeidsrechter de anciënniteit verworven in het buitenland meerekent bij de bepaling van de verbrekingsvergoeding.

Wees dus nog altijd waakzaam bij het inhuren van personeel van een andere werkgever buiten de hypothese van de uitzendarbeid.

Ben je aangemeld, dan kan je per artikel één woord, zin, of paragraaf markeren en persoonlijke notities toevoegen.
We hebben uw bericht ontvangen